Wijze lessen en andere onzin

Ken je ze ook? Docenten die je haarfijn uitleggen hoe je moet schilderen? Namelijk op hun manier. Hun werk straalt wel een persoonlijke maar beperkte visie uit, die voor hen goed uitpakt, misschien voor jou totaal ongeschikt kan zijn. Je gaat zelfs een tijdlang werken in de trant van je grote voorbeeld. Het blijkt toch weer niet wat je zoekt. De les? Neem nooit voetstoots iets van iemand aan, al heeft hij nog zo’n grote naam. Accepteer het pas nadat het eerst door je eigen kritische denkraam is gefilterd.

Ikzelf heb altijd een afkeer van regels in de kunst gehad. Een leidraad, een keuze uit meer mogelijkheden om tot een oplossing te komen geeft je meer ruimte je eigen creativiteit te ontwikkelen. Te star vasthouden aan voorschriften geeft net zo’n ongeïnspireerd resultaat als er met de pet naar gooien.

Onderscheid “weten dát” en “weten hoe”. Schilderen leer je niet door regeltjes uit je hoofd te leren maar door het te doen.

Een goed docent leert je niet wát je moet denken, maar dát je moet denken.

Een goed docent leert je zelf  keuzes maken waardoor je bewuster van je handelen wordt. Je leert zo je eigen criticus te zijn. Je leert onderscheid maken tussen mogelijkheden die kwalitatief misschien gelijkwaardig zijn maar die ene oplossing spreekt jou net wat meer aan dan de andere en je weet nu ook waarom.

Ieder is uniek en kijkt anders naar de wereld. Die kijk bepaalt jouw persoonlijke visie op kunst. Probeer dus eens uit je comfortzone te komen en ga meer experimenteren. Je maakt dan werk dat echt van jezelf is zonder teveel  invloed van die “grote voorbeelden”.

Een voorbeeld. Je hebt al enkele voorschetsjes van je onderwerp gemaakt, waarin de werkelijkheid drastisch is gereduceerd. Welke schets heeft je voorkeur? Gebruik die als uitgangspunt voor je definitieve potloodschets op aquarelpapier.

Nu komt de experimentele fase. Breng op een spontane manier wat losse kleurtoetsen aan, zowel horizontaal, vertikaal als diagonaal, ook deels over het hoofdmotief in de schets om dit niet te isoleren. Laat in en om dat hoofdmotief delen onbeschilderd voor meer contrastwerking in de volgende fase. Je zelfgekozen kleurpalet moet een warme en een koele kleur bevatten. Als de kleuren zich hier en daar mengen is geen enkel bezwaar.

Het resultaat is een samenhangend kleurpatroon in een gemiddelde toonwaarde. Wat ontbreekt er nog? Een aandachtspunt met meer tooncontrast, waarbij een figuratief element  als handvat de herkenbaarheid van het onderwerp suggereert. Deze figuratieve uitwerking is voor ieder verschillend. De één zal het zo suggestief mogelijk houden, de ander zal voor iets meer figuratie kiezen als houvast. Maar het vrije, onderliggende, abstracte kleurpatroon zorgt voor een spontaan en los ogend resultaat. Juist het contrast tussen accurate en losse, spontane elementen zorgt voor fris, aantrekkelijk werk.

In de schetsjes heb ik een combinatie van phtaloblauw en rauwe siena toegepast. De accenten in bruine bister met een collage in een contrasterende kleur. Zie deze schetsjes maar als ideeën, als uitgangspunt voor je eigen pogingen.

Maar nogmaals, accepteer deze methode alleen, als je ervaart, dat ie voor jou werkt, ga anders gerust door op de manier die je gewend bent en waar je plezier aan beleeft. Daar is niks mis mee.

Reacties en vragen? Ik beantwoord ze graag.

Kees van Aalst
info@keesvanaalst.nl

Geef een reactie